CLIPS  |  ALBUMS  |  INFO


2024 ZWARTE KOFFIE
2021 KOMEET
2020 IMPOP
2019 ALTAAREGO
2018 GROENE TEMPEL
2014 MIJN ORANJE
2013 WEG NAAR DE ZEE
2003 NAARDEMAAN
2001 WAAR
1999 BLACKPINK
1998 PRIMARY
1997 KMH
1996 VERLATEN STAD
1995 RACE
1994 RELEASE
1993 TIJMEN






2014




lengte 18:43






VLEERMUIZEN EN VLINDERS

Hee nachtegaal ergens in het groen wil je komen zingen
want het giert en neemt weer over hoe kan ik dit bedwingen

sluis links en rechts beton en voor me open water
storm woedt water klotst ik lijk verdwaald
in dit zakelijk theater

vleermuizen en vlinders razen door elkaar
ontregelen en scannen wat is vals en wat is waar
de vlinders en de vleermuizen stelen schone slaap
de nachten kort de dagen lang als een lamgeslagen aap

de knipoog van meneer de uil aan het fel gedreven jochie
wordt teruggeduwdinde bank vlucht in zn eigen parochie

de zon breekt door door het glas
en t het zakt weer af nog even dit beven
de korte adem maar ik grijp weer naar de slangenstaf

vleermuizen en vlinders razen door elkaar
ontregelen en jennen wat nou als en is het raar
de vlinders en de vleermuizen doelgericht in het rond
de nachten kort de dagen lang als een steenbehangen hond

vleermuizen en vlinders








MIJN ORANJE

kat geschrokken hazen nokken kraaien gaaien fris gewas
getipt door de goochelaar in oranje cape door dit najaar
kleine parawijsjes rollen over t jonge gras

muggen dansend voor het leven gloed over het zwarte veld
roerloos in de minibries de wilgen kreunend in t verlies
want de dagen die we zagen zijn helaas geteld

hoge bergen in Siberie diepe zeeën rond de kaap
over het zwarte veld gloeit mijn oranje
op naar een lange winterslaap

verkenner door het luchtruim
scant een aap op rubber banden
blauwgele waterval raast voorbij horizontaal
op weg naar witoranje stranden

muggen dansend naar het schemer
als vederdons valt zacht de nacht

de koning van het hoge noorden draagt vandaag de esculaap
over het zwarte veld gloeit mijn oranje
op naar een lange winterslaap

hoge bergen in Siberie diepe zeeën rond de kaap
over het zwarte veld gloeit mijn oranje
op naar een lange winterslaap

mijn oranje









KRAAIEN

van de wijs in een vogelparadijs
en de grote gave zon is ook van de partij
aan de horizon vecht donkey shot gezeten op zn ezel
en de wieken worden armen van de molens zij aan zij

51 spaken kraken door de ochtendstem
de kraaien in beroering in het midden staat de held
en ze zien in hem de stormen en dalen naast hem neer
en vreten weg de wormen in het koud en warme veld

machines zijn verdwenen en hoor de kerkklok slaan
slaat 1 keer voor de eenheid van het leven
en al die tijd die kleuren verscholen in het groen
kijk die man komt dichterbij wat zal hij nu gaan doen

de kraaien paaien de volle zon terwijl de bladeren blozen
de helden van de velden rusten naast de zwarte grond
in het schemer na een lange dag verscholen tussen rozen
de nachtegaal een dankgebed en een magisch verbond










KORT GENOT

groter wordt de motorboot de zwarte maan vlekt zilver
sneller de propellerboot met de teller fel van goud

de zware vaten overboord het kan nog nu flink gassen
in het midden van de draaikolk op het randje van het niet
daalt de stilte van t schreeuwend volk
en je weet je staat weer quit

en alle sterren en de zachte avondwind
fluisteren een kort genot voor je volgende dag begint









ARK

hij vertrekt maar zit bekneld
de stuurman stottert en verteld
de kans dat je wordt opgesteld
is nihil dus wees verloren

temidden van de oude wrakken
voelt hij weer t water zakken
maar het smeulen en het smachten
trekken hem opnieuw naar zee

gooi t overboord trek t anker los
hoor je niet de meeuwen schreeuwen
het gaat nog niet hij is zelf de tros
en de dagen lijken eeuwen

hij schrikt wakker en beseft
alles wat is aangespoeld
1000 sponzen wrijven in
doelloos en onbedoeld

maar het zijn deze energieën
meedogenloos tot aan zn knieën
die m dissen doen beslissen
hij raakt nooit meer onderkoelt

want de zeeleeuw kan je pakken
pijnigen en doen verzwakken
maar hij verzamelt de oude wrakken
en timmert verder aan zn ark

de duif is zwart en wordt maar ouder
het groen verdort valt op zn schouder
het weer slaat om het wordt maar kouder
maar de drenkeling klimt weer aan boord

over de zwarte zee een gouden glans