CLIPS  |  ALBUMS  |  INFO


2024 ZWARTE KOFFIE
2021 KOMEET
2020 IMPOP
2019 ALTAAREGO
2018 GROENE TEMPEL
2014 MIJN ORANJE
2013 WEG NAAR DE ZEE
2003 NAARDEMAAN
2001 WAAR
1999 BLACKPINK
1998 PRIMARY
1997 KMH
1996 VERLATEN STAD
1995 RACE
1994 RELEASE
1993 TIJMEN





2001




lengte 40:81






WAAR

ongelukkig in die keiharde wereld
je baalt van je werk en je leeft maar voor een kwart
zit vol tegenzin en snauwt de hele tijd
sleurt iedereen mee en bent compleet verward

waar is het moment gebleven dat gevoel in je buik
die dag dat je wist dit is wat me leven doet
en diep diep van binnen even zonder je verstand
alleen dat kloppend hart inmiddels half verbrand

waar is het gebleven waar kan het zijn
waar is je leven tis waar







NIETMEER

mn matroos vaart voor me uit
de tuinman kruipt terug in het onkruid
de wolken wijken de torenspits wijst naar binnen
onderweg
verstopt achter een droomboom in een onzichtbaar bos
en in de goot van mn leven
en jij maakt iets in me los en zet me vast
opnieuw maar ik doe het niet ik doe het niet meer
ik stort me helemaal in die wereld onecht
ik doe het niet ik ben er zo aan gehecht

en ik wil vechten maar ik strijd niet meer









WINDMAN

windman uit dieplan blies de spookmix weg
meer stil onstuimig wil nu in rust
het aanwakkeren geblust
windman uit diepland blies de spookmix weg
hoe lang voordat de gifbron borrelt
maar wees gerust de wondman komt wees gerust
windman uit dieplan blies de spookmix weg







DOFNAR

de spijtkar splijt de wandwand
waar de hofnar zn geloof vond
robijnen nu te grabbel
opnieuw weer door de knieën
nee ze geloven niet in hem
ze fronzen door zn stem
en hij zit al jaren klem
maar hij weet t gewoon
dwars door t gehoon
hij weet t gewoon
zn verdiende loon

en waarom zou ie stoppen
zn dofnar outfit droppen
oh zn oevre naar de knoppen
hij smeed toch wel die kroon
beklimt toch wel die troon
zet zn eigen toon en schrijft
hier is waar ik woon
hier is waar ik me toon

nee ze geloven niet in hem
ze fronzen door zn stem
en hij zit al jaren klem

hij smeed toch wel die kroon
beklimt toch wel die troon
zet zn eigen toon en schrijft
hier is waar ik woon
hier is waar ik me toon

solo Wieko Timersma









GEEN WEG TERUG

mag ik binnenkomen ik ben hier eerder geweest
ik ben helemaal nat van de regen
en ik heb t zo koud want ze is er niet
ik heb iets bij me ik weet niet precies wat t is
maar het is een klein wondertje
ik vond het in een betonnen muur in een donker uur
klein wondertje

ik ga gewoon voor wie zou ik bang zijn
ik ga gewoon gewoon weer vechten
als het monster verschijnt
hee ga gewoon voor wie zou je bang zijn
gewoon weer vechten als het monster verschijnt
het maakt je sterker het schijnt gewoon gaan

mag ik meedoen of is het alleen maar voor jou
ik weet inmiddels hoe het voelt ik ga ik moet
er is geen weg terug nee dr is geen weg terug
geen weg terug







GEHUCHT

beland in het land waar de zeisen zuisen
waarin iedereen voorbij snelt
staat in de mist aan de rand van de vijver
trots als ie is wat al is is verteld

beland in het land waar de huizen kruizen
waar de angstaanjagend koppen snelt
staart tussen zn benen maar verhoogt zn cijfer
houd het oeuvre voor zichzelf

bemand aan de kant planned zn nieuwe vlucht
verstand overmand plant zn nieuwe vrucht
zal hij het maken nu de vloeren kraken
zal het smaken nu de boeren braken
gehucht in een gehucht
als een gehucht in een gehucht









KINDJES

vlucht vanwege vluchtweg
verworven
om de bloedhond te korven
om t staal te smelten
en te rennen te rennen voor
gevangenschap
natuurlijk praat jij liever
over je kinderwagen
maar die hindervragen
roteren als kleine wieltjes
die debieltjes vormen
en kriebelen in mn buik
en het zijn mijn kindjes
dus let op let op je taalgebruik

solo Wieko Timersma







OMSLAG

dag veer bevaar die plas
waarin de psychopaat genas
waarin de vis met zilver vin
de meerval bezingt
waar op het donkere bed de min
de zonnestralen linked
waar in het dal van duizend heuvels
het parawijsje klinkt
waar de wolkman tegenwinds
geluksvogels ringt
mag heer die aarde was
uw dwarsbalk mij omarmen
kan uw geaarde gas
mijn lamme voeten warmen
want de stad blijkt een lege zaal
en t centrum is een hoek
als ik die omslag maar eens zag
dan sluit ik snel dit zwarte boek







SPOOKJE

klein lachje direct weer gesmoord
door strijdende gedachten
door t systeem overhoord
de krakende deur half opengezet
en een lichte bries koelt mn verzet
nog steed in verzet

t blauwe goud dankbaar en t vel
zo vertrouwd absorbeert t spook
t spook die nog steeds met me meesjouwt
gevecht met mezelf die iedereen voert

de zoveelste ronde klein spookje gevloerd
de zoveelste ronde in t sprookje vervoerd
klein spookje gevloerd







NACHTEGAAL

opeens weer de zang
van t nachtvogeltje
als muziek in mn oren
ene onkruid en koren
wuiven weer
en ons ondergronds schudt
het stof van zich af
en dof klinkt weer
klinkt naar t meer
waar de veerman weer lacht
de waterspin smacht
en de ooievaar
waakt over maybe's

galmende halm draagt de nachtegaal
passieweed dankzij zn lied
galmende halm draagt de nachtegaal
allen tesaam dankzij zn naam
galmende halm draagt de nachtegaal
hogere rang dankzij zn zang
galmende halm draagt de nachtegaal
de nachtegaal
de nachtegaal







BEL

motregen speel je
maar je weet t dondersgoed
bedenkt zonnevlam
in schemergloed
terwijl t je leegzuigt
barst de schaal
en je vlakte
is eigenlijk vulkaan

je trekt maar niet
aan de juiste bel
en iedereen rent weg
maar je weet t wel
en iedereen rent weg
door je valse klokkenspel
geen komst maar een vaarwel







DOF

ontdaan van stoere mannentaal
valt ik naakt aan uw voeten
ook al kotsen ze over me heen
geen andere keus ik zal wel moeten
knock-out tegen een boom
gaten in handen en tanden
en songs als zuis in mn oren
wanneer opnieuw geboren

wanneer gaat die steen weer rollen
kan ik stralend
door mn gedachten scrollen
wanneer gaat die steen weer rollen
kan ik stralend
door mn gevoelens scrollen

ontdaan van alle hoop
buig ik op mn loop
voor de half-gouden stad
die illusionaire wrat
die schimmige veerman
verscholen gifkan
en die rare waterspin

God wanneer heeft t leven weer zin
t voelt zo dof binnenin







EB

last van boord luik snel dicht
voor de onderzeeër zinkt
herinnering in inkt
ik stap aan boord t anker licht
hoor de onderzeeër zingt
t schip wat Atlantis linked

het klotsen van de mini-branding doet me goed
en langzaam verdwijnt eb in de gedachtenvloed







INGANG

weet jij de uitgang
ik loop hier al zo lang
tis niet dat ik niet geniet
in t zelf ontworpen
schemergebied

maar ik mis een ingang
wanner kom je nou
wanneer kom je binnen
wanneer kom je dichterbij
ik ben niet eenzaam
maar ik voel me ook niet vrij
nee wanneer kom je nou

ik moet hier blijven wachten
terwijl jij nu vertrekt
en ik sta bij de ingang
op die afgesproken plek







JAGER

jager in zn kano op een naamloze rivier
zebra’s nu rotsen de honing is zn bier
gedachten al die jaren neergestreken in t zand
waar ze 1 worden in de stoom
waar ze opgaan in de bosbrand

hij sloot gewoon z’n ogen seconde later kwam die aan
weg van al die mensen o die zagen m niet staan
gedachten al die jaren neergestreken in het bos
waar ze 1 worden met de bomen
waar ze opgaan in de kosmos

maar hij staat niet meer aan de kant
verstomd door de geboden onopvallend voor de goden
nee hij staat niet meer aan de kant maar midden in t land

en hij schiet toch wel door
dus schreeuw nog maar wat harder en frons maar opnieuw
want hij schiet toch wel door roep nu maar in koor
hij schiet toch wel door







LOT

eens in de zoveel tijd een goddelijke injectie
de zwerver majesteit de majesteit weer zwerver
t lot van de muzikant een traliesdagenkerver

onderin t kasteel van de koning die die zelf is
slaat ie soms de sloten kapot
en laat zich soms vrijwillig ketenen

geeft zich dit keer niet over aan t verdriet
maar fantaseert een zon voor donkere wolken
laat zich niet verjagen gaat niet klagen
stopt gewoon majeur in t liefdeslied

t leven vol gevaar trekt je onder
wanneer je niet je handen heft
wanneer je je leven leeft zonder
en sinterklaasrijm niet beseft

t valt niet mee om te praten met t achterste van je tong
t valt niet mee om te lopen met je broek op je knieën
t valt niet mee om te luisteren naar je eigen gezeik
en t valt niet mee om te fluisteren terwijl je schreeuwen wilt
t valt niet mee om kijken hoe het ravijn zich verbreed
en t valt niet mee om te tonen al dat menselijk leed

lot

eens in de zoveel tijd een goddelijke injectie
de zwerver majesteit de majesteit weer zwerver
t lot van de muzikant een traliesdagenkerver







OVEM

onze vader en moeder die mijn hemel en aarde zijn
uw naam zo heilig uw koninkrijk in mii zal ik betreden
uw wil is wet en uw hemel is hier op aarde
geef ons heden ons dagelijks brood
maar vooral aan degenen die sterven aan de hongerdood
en leid ons niet naar het kwaad en verlos ons van het boze
mag ik mijn zonden achterlaten aan de voet van het kruis
en wilt u met uw kus op de heilige steen
de volkeren verzoenen
want van u beide is het koninkrijk de kracht de eerlijkheid
tot in eeuwigheid amen









LML

hij zou willen dat die druppels van zilver waren
maar helaas ze zijn van zoutzuur
hij zou willen dat t over was t leven is toch een wonder
maar helaas het is er nog
hij wil zou graag vertrekkken uit t verbrande bos
en hij wil zo graag bevrijd zijn van die schicht in zn hart
en hij knielt in t water en vraagt heer laat me los







SBG

t goud zo vertrouwd en hij bouwt aan zn stad
tis niet echt maar wat wel mengt hij weer in t klad
en hij zwerft langs panden want die brengen m vlucht
passeert cherubijnen vanuit zn wankle gehucht
en hij mistte de hangbrug toen hij die kloof overstoof
beklimt jou gedachten laat m gaan hij komt terug
want t schrijversblokgoud is van lucht is van as
hij leeft van de weerstand verbouwd ethergewas
zn huis is onzichtbaar want hij leeft in de wind
en hij raakt je steeds kwijt als je denkt dat je m vind







ROS

geluidslicht ik zie je schreeuwen
maar je bereikt me niet maar je bereikt me niet
door het raam opnieuw die boer
opnieuw die oerboer die verdeeldheid zaait
engel gevlogen en de dutchman geland
maar voorover gebogen
het centrum fluistert grauw vredig wit
en ros wacht geduldig op zn eerste rit

door het raam opnieuw die boer
opnieuw die oerboer die verdeeldheid zaait
engel gevlogen en de dutchman geland
maar voorover gebogen
het centrum fluistert grauw vredig wit
en ros wacht geduldig op zn eerste rit







TREIN

de trein is van zilver de rails zijn van goud
de bank voelt als zijde de conducteur vertrouwd
het maakt niet uit waar ik instap allebei hetzelfde doel
ik schrijf vooruit op de voorruit opnieuw weer dat gevoel
ik zit voorin in het midden de trein vormt 1 geheel
vandaag weer vrij na het bidden
gedachte vormt een gouden rail
is dit misschien mn holy grail
en de trein is van zilver de rails zijn van goud
en mn bank voelt als zijde de conducteur vertrouwd
maar het dal staat onder water het landschap verroest
geen teken van leven de stad is verwoest
en ik moet je nu verlaten want het is veels te laat
ik duik nu de tunnel in genoeg gepraat







WRT

ik kreeg een seintje van boven
ik ben nu onderweg naar boven
via de wentroltrap

ik heb een ontdekking gedaan
dr is een man opgestaan
daarboven via de wentroltrap
en iemand die zong van boven:
ik zal je gedachten laten gaan
ik zal je bevrijden uit die waan
dan kun je het leven weer aan