|
lengte 40:81 |
|
WAAR ongelukkig in die keiharde wereld je baalt van je werk en je leeft maar voor een kwart zit vol tegenzin en snauwt de hele tijd sleurt iedereen mee en bent compleet verward waar is het moment gebleven dat gevoel in je buik die dag dat je wist dit is wat me leven doet en diep diep van binnen even zonder je verstand alleen dat kloppend hart inmiddels half verbrand waar is het gebleven waar kan het zijn waar is je leven tis waar NIETMEER mn matroos vaart voor me uit de tuinman kruipt terug in het onkruid de wolken wijken de torenspits wijst naar binnen onderweg verstopt achter een droomboom in een onzichtbaar bos en in de goot van mn leven en jij maakt iets in me los en zet me vast opnieuw maar ik doe het niet ik doe het niet meer ik stort me helemaal in die wereld onecht ik doe het niet ik ben er zo aan gehecht en ik wil vechten maar ik strijd niet meer WINDMAN windman uit dieplan blies de spookmix weg meer stil onstuimig wil nu in rust het aanwakkeren geblust windman uit diepland blies de spookmix weg hoe lang voordat de gifbron borrelt maar wees gerust de wondman komt wees gerust windman uit dieplan blies de spookmix weg DOFNAR de spijtkar splijt de wandwand waar de hofnar zn geloof vond robijnen nu te grabbel opnieuw weer door de knieën nee ze geloven niet in hem ze fronzen door zn stem en hij zit al jaren klem maar hij weet t gewoon dwars door t gehoon hij weet t gewoon zn verdiende loon en waarom zou ie stoppen zn dofnar outfit droppen oh zn oevre naar de knoppen hij smeed toch wel die kroon beklimt toch wel die troon zet zn eigen toon en schrijft hier is waar ik woon hier is waar ik me toon nee ze geloven niet in hem ze fronzen door zn stem en hij zit al jaren klem hij smeed toch wel die kroon beklimt toch wel die troon zet zn eigen toon en schrijft hier is waar ik woon hier is waar ik me toon solo Wieko Timersma
GEEN WEG TERUG mag ik binnenkomen ik ben hier eerder geweest ik ben helemaal nat van de regen en ik heb t zo koud want ze is er niet ik heb iets bij me ik weet niet precies wat t is maar het is een klein wondertje ik vond het in een betonnen muur in een donker uur klein wondertje ik ga gewoon voor wie zou ik bang zijn ik ga gewoon gewoon weer vechten als het monster verschijnt hee ga gewoon voor wie zou je bang zijn gewoon weer vechten als het monster verschijnt het maakt je sterker het schijnt gewoon gaan mag ik meedoen of is het alleen maar voor jou ik weet inmiddels hoe het voelt ik ga ik moet er is geen weg terug nee dr is geen weg terug geen weg terug GEHUCHT beland in het land waar de zeisen zuisen waarin iedereen voorbij snelt staat in de mist aan de rand van de vijver trots als ie is wat al is is verteld beland in het land waar de huizen kruizen waar de angstaanjagend koppen snelt staart tussen zn benen maar verhoogt zn cijfer houd het oeuvre voor zichzelf bemand aan de kant planned zn nieuwe vlucht verstand overmand plant zn nieuwe vrucht zal hij het maken nu de vloeren kraken zal het smaken nu de boeren braken gehucht in een gehucht als een gehucht in een gehucht
KINDJES vlucht vanwege vluchtweg verworven om de bloedhond te korven om t staal te smelten en te rennen te rennen voor gevangenschap natuurlijk praat jij liever over je kinderwagen maar die hindervragen roteren als kleine wieltjes die debieltjes vormen en kriebelen in mn buik en het zijn mijn kindjes dus let op let op je taalgebruik solo Wieko Timersma OMSLAG dag veer bevaar die plas waarin de psychopaat genas waarin de vis met zilver vin de meerval bezingt waar op het donkere bed de min de zonnestralen linked waar in het dal van duizend heuvels het parawijsje klinkt waar de wolkman tegenwinds geluksvogels ringt mag heer die aarde was uw dwarsbalk mij omarmen kan uw geaarde gas mijn lamme voeten warmen want de stad blijkt een lege zaal en t centrum is een hoek als ik die omslag maar eens zag dan sluit ik snel dit zwarte boek SPOOKJE klein lachje direct weer gesmoord door strijdende gedachten door t systeem overhoord de krakende deur half opengezet en een lichte bries koelt mn verzet nog steed in verzet t blauwe goud dankbaar en t vel zo vertrouwd absorbeert t spook t spook die nog steeds met me meesjouwt gevecht met mezelf die iedereen voert de zoveelste ronde klein spookje gevloerd de zoveelste ronde in t sprookje vervoerd klein spookje gevloerd NACHTEGAAL opeens weer de zang van t nachtvogeltje als muziek in mn oren ene onkruid en koren wuiven weer en ons ondergronds schudt het stof van zich af en dof klinkt weer klinkt naar t meer waar de veerman weer lacht de waterspin smacht en de ooievaar waakt over maybe's galmende halm draagt de nachtegaal passieweed dankzij zn lied galmende halm draagt de nachtegaal allen tesaam dankzij zn naam galmende halm draagt de nachtegaal hogere rang dankzij zn zang galmende halm draagt de nachtegaal de nachtegaal de nachtegaal BEL motregen speel je maar je weet t dondersgoed bedenkt zonnevlam in schemergloed terwijl t je leegzuigt barst de schaal en je vlakte is eigenlijk vulkaan je trekt maar niet aan de juiste bel en iedereen rent weg maar je weet t wel en iedereen rent weg door je valse klokkenspel geen komst maar een vaarwel DOF ontdaan van stoere mannentaal valt ik naakt aan uw voeten ook al kotsen ze over me heen geen andere keus ik zal wel moeten knock-out tegen een boom gaten in handen en tanden en songs als zuis in mn oren wanneer opnieuw geboren wanneer gaat die steen weer rollen kan ik stralend door mn gedachten scrollen wanneer gaat die steen weer rollen kan ik stralend door mn gevoelens scrollen ontdaan van alle hoop buig ik op mn loop voor de half-gouden stad die illusionaire wrat die schimmige veerman verscholen gifkan en die rare waterspin God wanneer heeft t leven weer zin t voelt zo dof binnenin EB last van boord luik snel dicht voor de onderzeeër zinkt herinnering in inkt ik stap aan boord t anker licht hoor de onderzeeër zingt t schip wat Atlantis linked het klotsen van de mini-branding doet me goed en langzaam verdwijnt eb in de gedachtenvloed INGANG weet jij de uitgang ik loop hier al zo lang tis niet dat ik niet geniet in t zelf ontworpen schemergebied maar ik mis een ingang wanner kom je nou wanneer kom je binnen wanneer kom je dichterbij ik ben niet eenzaam maar ik voel me ook niet vrij nee wanneer kom je nou ik moet hier blijven wachten terwijl jij nu vertrekt en ik sta bij de ingang op die afgesproken plek JAGER jager in zn kano op een naamloze rivier zebra’s nu rotsen de honing is zn bier gedachten al die jaren neergestreken in t zand waar ze 1 worden in de stoom waar ze opgaan in de bosbrand hij sloot gewoon z’n ogen seconde later kwam die aan weg van al die mensen o die zagen m niet staan gedachten al die jaren neergestreken in het bos waar ze 1 worden met de bomen waar ze opgaan in de kosmos maar hij staat niet meer aan de kant verstomd door de geboden onopvallend voor de goden nee hij staat niet meer aan de kant maar midden in t land en hij schiet toch wel door dus schreeuw nog maar wat harder en frons maar opnieuw want hij schiet toch wel door roep nu maar in koor hij schiet toch wel door LOT eens in de zoveel tijd een goddelijke injectie de zwerver majesteit de majesteit weer zwerver t lot van de muzikant een traliesdagenkerver onderin t kasteel van de koning die die zelf is slaat ie soms de sloten kapot en laat zich soms vrijwillig ketenen geeft zich dit keer niet over aan t verdriet maar fantaseert een zon voor donkere wolken laat zich niet verjagen gaat niet klagen stopt gewoon majeur in t liefdeslied t leven vol gevaar trekt je onder wanneer je niet je handen heft wanneer je je leven leeft zonder en sinterklaasrijm niet beseft t valt niet mee om te praten met t achterste van je tong t valt niet mee om te lopen met je broek op je knieën t valt niet mee om te luisteren naar je eigen gezeik en t valt niet mee om te fluisteren terwijl je schreeuwen wilt t valt niet mee om kijken hoe het ravijn zich verbreed en t valt niet mee om te tonen al dat menselijk leed lot eens in de zoveel tijd een goddelijke injectie de zwerver majesteit de majesteit weer zwerver t lot van de muzikant een traliesdagenkerver OVEM onze vader en moeder die mijn hemel en aarde zijn uw naam zo heilig uw koninkrijk in mii zal ik betreden uw wil is wet en uw hemel is hier op aarde geef ons heden ons dagelijks brood maar vooral aan degenen die sterven aan de hongerdood en leid ons niet naar het kwaad en verlos ons van het boze mag ik mijn zonden achterlaten aan de voet van het kruis en wilt u met uw kus op de heilige steen de volkeren verzoenen want van u beide is het koninkrijk de kracht de eerlijkheid tot in eeuwigheid amen LML hij zou willen dat die druppels van zilver waren maar helaas ze zijn van zoutzuur hij zou willen dat t over was t leven is toch een wonder maar helaas het is er nog hij wil zou graag vertrekkken uit t verbrande bos en hij wil zo graag bevrijd zijn van die schicht in zn hart en hij knielt in t water en vraagt heer laat me los SBG t goud zo vertrouwd en hij bouwt aan zn stad tis niet echt maar wat wel mengt hij weer in t klad en hij zwerft langs panden want die brengen m vlucht passeert cherubijnen vanuit zn wankle gehucht en hij mistte de hangbrug toen hij die kloof overstoof beklimt jou gedachten laat m gaan hij komt terug want t schrijversblokgoud is van lucht is van as hij leeft van de weerstand verbouwd ethergewas zn huis is onzichtbaar want hij leeft in de wind en hij raakt je steeds kwijt als je denkt dat je m vind ROS geluidslicht ik zie je schreeuwen maar je bereikt me niet maar je bereikt me niet door het raam opnieuw die boer opnieuw die oerboer die verdeeldheid zaait engel gevlogen en de dutchman geland maar voorover gebogen het centrum fluistert grauw vredig wit en ros wacht geduldig op zn eerste rit door het raam opnieuw die boer opnieuw die oerboer die verdeeldheid zaait engel gevlogen en de dutchman geland maar voorover gebogen het centrum fluistert grauw vredig wit en ros wacht geduldig op zn eerste rit TREIN de trein is van zilver de rails zijn van goud de bank voelt als zijde de conducteur vertrouwd het maakt niet uit waar ik instap allebei hetzelfde doel ik schrijf vooruit op de voorruit opnieuw weer dat gevoel ik zit voorin in het midden de trein vormt 1 geheel vandaag weer vrij na het bidden gedachte vormt een gouden rail is dit misschien mn holy grail en de trein is van zilver de rails zijn van goud en mn bank voelt als zijde de conducteur vertrouwd maar het dal staat onder water het landschap verroest geen teken van leven de stad is verwoest en ik moet je nu verlaten want het is veels te laat ik duik nu de tunnel in genoeg gepraat WRT ik kreeg een seintje van boven ik ben nu onderweg naar boven via de wentroltrap ik heb een ontdekking gedaan dr is een man opgestaan daarboven via de wentroltrap en iemand die zong van boven: ik zal je gedachten laten gaan ik zal je bevrijden uit die waan dan kun je het leven weer aan |