CLIPS  |  ALBUMS  |  INFO


2024 ZWARTE KOFFIE
2021 KOMEET
2020 IMPOP
2019 ALTAAREGO
2018 GROENE TEMPEL
2014 MIJN ORANJE
2013 WEG NAAR DE ZEE
2003 NAARDEMAAN
2001 WAAR
1999 BLACKPINK
1998 PRIMARY
1997 KMH
1996 VERLATEN STAD
1995 RACE
1994 RELEASE
1993 TIJMEN






2013




lengte 20:86






CENTRUM

hinken op gedachten zijn het de grachten van diamant
of de stad van mottekant beide bij de kop in het zand
maar t verstand wil niet meer wachten

gevoel scant krioel en wijdsheid heide voor later
water voor morgen onbeweeglijk en de ogen toe
staat ie daar terwijl gezellen jagen

ook al vormen de meningen hopen de leningen
stormen de wolken zal het grachtwater kolken
bonzen bedienden fronzen de vrienden

als daar het centrum is als daar het licht weer brand
tegen duister bestand en als vandaag zn hart weer juicht
die gisteren nog rouwde wie kan hem weerhouden







WEG NAAR DE ZEE

heuvel af heuvel op
gebroken lucht over t klamme bos
naar de zee naast de rivier
maar waar is toch de albatros
je komt er wel dus heb geen spijt
de weg is lang maar er staat geen tijd
een vlot met vrienden een verbond
en de onderzeeër cirkelt rond

je brand je vingers verschroeit je haar
je rent want je denkt tis nog niet klaar
je straalt en je verschrompelt
en je snakt ondergedompeld

t vlakke land de gang gestaag
rustig in t warme zand vandaag
daar de delta schreeuwt een meeuw
en een droom vertrekt vanuit mn geeuw
heuvel af heuvel op
gebroken licht over t klamme bos
naar de zee naast de rivier
en daar die stip de albatros

je brand je vingers verschroeit je haar
je rent want je denkt tis nog niet klaar
je straalt en je verschrompelt
en je snakt ondergedompeld

voor wie voor jou voor mij voor God
of toch alleen maar voor de zot
hoe dan ook t brandt van binnen
de richting klopt de zee t plot







KONINKRIJK

op zoek naar gelijk in je koninkrijk
maar de wachters staan te slapen
de bard kijkt verveeld
en op het halfzachte eelt
ligt een tovenaar te gapen
de spiegel liegt en je jeugd vervliegd
als je kijkt naar wie je bent
kwabben en wallen in een somber moeras
maar de valkuilen zijn gedempt

de tijd verteld en zwijgt tegelijk
en neemt je mee op reis
verleden draalt de toekomst maalt
het nu is van de wijs
wie ben je toch waar ga je heen
wie is die arme in je rijk
wie ligt er op de loer
n wat ligt binnen je bereik

op zoek naar gelijk in je koninkrijk
en de ophaalbrug is dicht
maar moet je daar wel zijn je sluit je op
en bent weer uit het zicht
weinig liefde in de torens
solatie maakt je star
ren de velden in zoek de zonderling
haal zn kluwen uit de war

op zoek naar gelijk in je koninkrijk
maar de grachten zijn te diep
de koets komt te laat de kok van de kaart
en de vlucht in t geniep
de spiegel liegt en je jeugd vervliegd
als je kijkt naar wie je bent
kwabben en wallen in een somber moeras
maar de valkuilen zijn gedempt

de tijd verteld en zwijgt tegelijk
als een meedogenloze rover
maar merlijn loopt
rond waar jij laatst stond
wie weet ben je betoverd
doe je ogen dicht en slaap nu maar
geef je over aan de nacht
de avond valt in je koninkrijk
maar wie houd er de wacht?







VADERDROOM

een stalen kooi op drijfzand
een zilvermeeuw de vleugels lam
een vaderdroom in Nieuwland
een bladerdek zonder stam







AMBIETEN

eenmansrit trekkend grit
vrijheids-beeld vlam vergeeld
para en rea nu hand in hand
ambieten kleuren rood op zn donkergrijs land

land van bevriezen waar ex-en weer kiezen
waarin je met gemak jezelf kunt verliezen
t land van woestijnen waar de zandbakens schijnen
waar de wegen verhard zijn in een zijdezacht zand

horizon waar ooit de reis begon
life on the rocks in een out of the box
drietraps raket in een baan gezet
zie de vuurbal gaan richting oceaan
rea wijst compa de weg naar het strand
ambieten kleuren rood op zn zilvergrijs land

eenmanshit zuigend grit
kijk zn as valt weg nu hij het vuur bezit
Aja wijst para de weg naar de rand
ambieten kleuren rood op zn fonkelgrijs land
ambieten kleuren rood op zn zilvergrijs land







WIJZE UIL

daar sta je dan aan de overkant van de stroom
de bevers zijn terug en knagen achter je rug
aan je zelfgemaakte brug
hangend in het woeste water

daar ga je dan de eerste stap op het nieuwe pad
ik zie distels en doornen van achter en van voren
en alles wat ik kan horen is het razen van de stroom

ik volg het pad langs het ravijn
weg van de wolf met zn gehuil
want ik ken dit gebied de plek die ik ooit verliet
met rivieren vol verdriet

op zoek naar de wijze uil

hij overziet deze wereld en met zn roep ik de nacht ;    
volg ik zijn richting vertrouw op zijn kracht
en waar hij dan neerstrijkt daar bouw ik mn huis
zonder steen zonder aarde maar
met de lucht die ik spaarde
ver weg van het gespuis

op zoek naar de wijze uil
daar sta je dan