|
lengte 20:86 |
|
CENTRUM hinken op gedachten zijn het de grachten van diamant of de stad van mottekant beide bij de kop in het zand maar t verstand wil niet meer wachten gevoel scant krioel en wijdsheid heide voor later water voor morgen onbeweeglijk en de ogen toe staat ie daar terwijl gezellen jagen ook al vormen de meningen hopen de leningen stormen de wolken zal het grachtwater kolken bonzen bedienden fronzen de vrienden als daar het centrum is als daar het licht weer brand tegen duister bestand en als vandaag zn hart weer juicht die gisteren nog rouwde wie kan hem weerhouden WEG NAAR DE ZEE heuvel af heuvel op gebroken lucht over t klamme bos naar de zee naast de rivier maar waar is toch de albatros je komt er wel dus heb geen spijt de weg is lang maar er staat geen tijd een vlot met vrienden een verbond en de onderzeeër cirkelt rond je brand je vingers verschroeit je haar je rent want je denkt tis nog niet klaar je straalt en je verschrompelt en je snakt ondergedompeld t vlakke land de gang gestaag rustig in t warme zand vandaag daar de delta schreeuwt een meeuw en een droom vertrekt vanuit mn geeuw heuvel af heuvel op gebroken licht over t klamme bos naar de zee naast de rivier en daar die stip de albatros je brand je vingers verschroeit je haar je rent want je denkt tis nog niet klaar je straalt en je verschrompelt en je snakt ondergedompeld voor wie voor jou voor mij voor God of toch alleen maar voor de zot hoe dan ook t brandt van binnen de richting klopt de zee t plot KONINKRIJK op zoek naar gelijk in je koninkrijk maar de wachters staan te slapen de bard kijkt verveeld en op het halfzachte eelt ligt een tovenaar te gapen de spiegel liegt en je jeugd vervliegd als je kijkt naar wie je bent kwabben en wallen in een somber moeras maar de valkuilen zijn gedempt de tijd verteld en zwijgt tegelijk en neemt je mee op reis verleden draalt de toekomst maalt het nu is van de wijs wie ben je toch waar ga je heen wie is die arme in je rijk wie ligt er op de loer n wat ligt binnen je bereik op zoek naar gelijk in je koninkrijk en de ophaalbrug is dicht maar moet je daar wel zijn je sluit je op en bent weer uit het zicht weinig liefde in de torens solatie maakt je star ren de velden in zoek de zonderling haal zn kluwen uit de war op zoek naar gelijk in je koninkrijk maar de grachten zijn te diep de koets komt te laat de kok van de kaart en de vlucht in t geniep de spiegel liegt en je jeugd vervliegd als je kijkt naar wie je bent kwabben en wallen in een somber moeras maar de valkuilen zijn gedempt de tijd verteld en zwijgt tegelijk als een meedogenloze rover maar merlijn loopt rond waar jij laatst stond wie weet ben je betoverd doe je ogen dicht en slaap nu maar geef je over aan de nacht de avond valt in je koninkrijk maar wie houd er de wacht? VADERDROOM een stalen kooi op drijfzand een zilvermeeuw de vleugels lam een vaderdroom in Nieuwland een bladerdek zonder stam AMBIETEN eenmansrit trekkend grit vrijheids-beeld vlam vergeeld para en rea nu hand in hand ambieten kleuren rood op zn donkergrijs land land van bevriezen waar ex-en weer kiezen waarin je met gemak jezelf kunt verliezen t land van woestijnen waar de zandbakens schijnen waar de wegen verhard zijn in een zijdezacht zand horizon waar ooit de reis begon life on the rocks in een out of the box drietraps raket in een baan gezet zie de vuurbal gaan richting oceaan rea wijst compa de weg naar het strand ambieten kleuren rood op zn zilvergrijs land eenmanshit zuigend grit kijk zn as valt weg nu hij het vuur bezit Aja wijst para de weg naar de rand ambieten kleuren rood op zn fonkelgrijs land ambieten kleuren rood op zn zilvergrijs land WIJZE UIL daar sta je dan aan de overkant van de stroom de bevers zijn terug en knagen achter je rug aan je zelfgemaakte brug hangend in het woeste water daar ga je dan de eerste stap op het nieuwe pad ik zie distels en doornen van achter en van voren en alles wat ik kan horen is het razen van de stroom ik volg het pad langs het ravijn weg van de wolf met zn gehuil want ik ken dit gebied de plek die ik ooit verliet met rivieren vol verdriet op zoek naar de wijze uil hij overziet deze wereld en met zn roep ik de nacht ; volg ik zijn richting vertrouw op zijn kracht en waar hij dan neerstrijkt daar bouw ik mn huis zonder steen zonder aarde maar met de lucht die ik spaarde ver weg van het gespuis op zoek naar de wijze uil daar sta je dan |